Opvang van statushouders, hoe gaat dat in zijn werk?

Het ministerie geeft opdracht om statushouders te huisvesten

Elk half jaar krijgen gemeenten vanuit het ministerie van Binnenlandse zaken de opdracht om een aantal statushouders op te vangen. Iedere gemeente krijgt een percentage van de instroom van statushouders in Nederland. Dit wordt verdeeld naar verhouding over het aantal inwoners per gemeente. Landerd heeft in 2014 en 2015 in totaal 41 statushouders opgevangen. Voor 2016 hebben we in ieder geval de opdracht om 40 statushouders op te vangen. Daarnaast wil de gemeente Landerd de komende 2 jaar 100 extra statushouders opvangen.

Zodra bekend is hoeveel statushouders wij als gemeente moeten opvangen wijst het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) deze mensen aan ons toe. Een gezin met vader, moeder en 2 kinderen telt voor 4 personen.

Wat gebeurt er zodra wij een gezin krijgen toegewezen?

Wanneer het COA een gezin aan ons toewijst dan nemen wij contact op met de woningcoöperatie. De woningcoöperatie gaat dan op zoek naar een passende woning.

De gemeente neemt contact op met vluchtelingenwerk die vervolgens zorgt voor de begeleiding van het gezin. Het gezin volgt een inburgeringscursus. Ze leren de Nederlandse taal en ook hoe de Nederlandse maatschappij en cultuur in elkaar steekt.

Wat doet vluchtelingenwerk?

Bij de start in onze gemeente is de vrijwilliger het eerste aanspreekpunt voor de statushouder. De vrijwilliger  komt regelmatig op bezoek. Dit kan zijn voor het regelen van de post, maar ook voor een kopje koffie. De vrijwilliger woont in hetzelfde dorp als het gezin en begeleidt bijvoorbeeld ook bezoeken aan school, huisarts, buren en sportverenigingen.

Wat doet de gemeente?

De gemeente probeert de statushouders zo snel mogelijk aan het werk te krijgen. Wij zijn er van overtuigd dat wanneer iemand werkt hij zo snel als mogelijk went aan onze samenleving.