Zeeland

De voormalige gemeente Zeeland lag in Noordoost-Brabant, juist ten noorden van het langgerekte Peelgebied. Nog steeds zijn de buurtschappen Brand, Graspeel, Kreitsberg, Nabbegat, Oventje, Puttelaar, Trent, Voederheil en Zevenhuis te herkennen.

Naam

"Sala" is het Latijnse woord voor zo'n boerderij, die in het Middelnederlands "sale" of "sele" wordt genoemd. Daaraan ontleend Zeeland, "Sele-land", zijn naam.

Zoals in de meeste dorpen en stadjes in de omgeving is Zeeland ontstaan in de 13e eeuw. Een belangrijke gebeurtenis voor het dorpje "op Selant" was de totstandkoming van een eigen kapel. De Bosschenaar Arnoldt Heym nam daartoe in 1376 het initiatief. De priester die het aan de H. Jacobus en Cornelius toegewijde bedehuisje bediende, moest elke dag een mis opdragen.

Ontstaan gemeentelijke organisatie

Geleidelijk ontstond de gemeente volgens uniform model, met een direkt gekozen gemeenteraad aan het hoofd, een college van burgemeester en wethouders als dagelijks bestuur, en een burgemeester. Aangezien het takenpakket van de gemeente zich uitbreidde, konden de secretaris en de veldwachter het niet meer alleen af en begon het ambtelijk apparaat te groeien. Een echt raadhuis was nu geen luxe meer. Zeeland kreeg zijn eerste in 1817… voor ƒ 749,90. Het tweede volgde in 1850, het derde in 1928, het vierde in 1981.

Na-oorlogse periode

Zoals bijna overal in Nederland werd de na-oorlogse periode gekenmerkt door een ongekende groei van de welvaart en van het aantal inwoners. De boerenstand, die het traditionele gemengd bedrijf grotendeels inruilde voor de intensieve veehouderij, floreerde als nooit tevoren, maar niet zonder het milieu zwaar te belasten. Ook de dienstverleningssector zag, met name in de weekends, de omzetten toenemen.

Het gemeentelijk apparaat groeide met de geschetste ontwikkelingen mee. In 1981 werd, vlakbij kerk en pastorie, een nieuw gemeentehuis in gebruik genomen.